Nagoya (名古屋) naar Shizuoka (静岡)

De avond nadat we de auto hadden teruggebracht, fietsten we nog zo’n 25 km naar een ander park/bos dat men een Citizens Forest (国民の森) noemde, dus we hadden goede hoop voor een fijne nacht! Het was een gigantisch park met hier en daar wat kleine heuvels; het thema was duidelijk: draken. Er was een drakenglijbaan, een drakenklimrek en een drakenschommel. Omdat het park er zo netjes onderhouden uitzag en we gebruik konden maken van superschone toiletten, wisten we dat we de volgende dag vroeg weg moesten zijn om geen rare blikken te krijgen. We zetten onze fietsen tegen een boom achter een drakenthema glijbaan en zetten onze tent op. Heel de nacht zijn we niet gestoord.

De volgende ochtend, toen we opstonden en onze spullen aan het opruimen waren, merkten we al snel dat bij het grote drakenklimrek in het midden van het park een klein groepje ouderen zich had verzameld voor vroege (maar echt, om half 6 of zo) ochtendgymnastiek. Inmiddels leek het een thema te worden: wij die in de ochtend proberen zo vroeg mogelijk weg te sneaken, maar meestal is een groepje oudere mensen ons al voor en zijn al lang en breed aan hun dag begonnen voordat wij überhaupt uit onze slaapzak gekropen zijn. We zijn dus maar snel weg geflipt via de achteruitgang van het park en hebben wat ontbijt gekocht bij de dichtstbijzijnde Family Mart.

Lange fietstocht naar Hamamatsu

We hebben die dag dik 90 kilometer gefietst van de outskirts van Nagoya naar Hamamatsu, zodat we daar spotgoedkoop in een klein businesshotel konden slapen (25,- per nacht, volgens mij bestaat dat in Nederland niet meer). Deze dag was te kenmerken door twee dingen: grijze luchten en enorme kont(zadel)pijn, excuus voor de TMI. Maar dat zegt verder wel veel over deze dag fietsen, toch? Er is niet veel meer te vertellen dan dat het weer middelmatig was en dat omdat we zo lang op de fiets zaten, we dus zadelpijn hadden, maar desondanks niet echt iets tegenkwamen wat heel noemenswaardig was binnen deze 90 kilometer. Behalve twee dingen.

Vlakbij Hamamatsu ligt de Bentenjima-schrijn met een mooie Tori-gate in het water, althans dit was blijkbaar één van de Bentenjima’s in Japan. Toen ik ging opzoeken wat voor een schrijn Bentenjima is, kreeg ik de volgende uitleg: ‘”Bentenjima” verwijst eigenlijk naar verschillende locaties in Japan. Naast het eiland in het Biwameer en het schiereiland bij Hamamatsu, zijn er ook andere plaatsen met de naam Bentenjima, die vaak geassocieerd worden met de Bentenjima-schrijn, gewijd aan de godin Benzaiten’. Ook weer wat nieuws geleerd. Wat telt is dat het heel mooi was om te zien, en dit is dus ook een van de weinige dingen waar ik deze dag foto’s van heb gemaakt. Nou moet ik toegeven dat ik het fotograferen wel eens vergeet, soms als er inderdaad niet heel veel bijzonders te zien is, en soms gewoon omdat we te druk bezig zijn met peddelen en de weg zoeken dat ik soms vergeet mijn camera erbij te pakken voor dingen die wel heel mooi zijn (achteraf denk ik dan altijd ‘he shit, dat ben ik vergeten vast te leggen’). Al kijkend naar de schrijn hebben we rustig een ijsje gegeten.

Het tweede ding is dat we onderweg ramen hebben gegeten bij Ichiran. Zelf was ik nooit eerder bij Ichiran geweest en ik moet zeggen dat het wel een ervaring is. Ichiran is een populaire Japanse ramenrestaurantketen die bekend staat om het feit dat de eetervaring volledig zonder menselijk contact is. Ieder persoon zit in hun eigen hokje met voor hun neus een klein raampje met een rolluikje. Door dit luikje schuif je je bestelformulier en binnen no-time staat er een lekkere hete kom ramen voor je neus, geserveerd door datzelfde luikje. Afrekenen doe je voor je naar binnen gaat bij een automaat. Mocht je behoefte hebben ramen in volledige anonimiteit te eten, dan kan dat hier.

Hamamatsu binnenrijden was echt anders dan bij andere grote steden, ondanks dat Hamamatsu in de top 20 grootste steden van Japan staat, is er relatief weinig hoogbouw. Om deze reden stonden we twee kilometer van het centrum af een beetje dommig naar onze telefoons te kijken en te checken of we niet verkeerd waren gefietst. We klaagden niet hoor, toen we eenmaal hadden bevestigd dat we goed waren gefietst, want we waren allebei hartstikke gaar en het enige wat we nog wilden was eten en slapen. Afgezien van even avondeten halen bij de locale supermarkt is dat dan ook precies wat we hebben gedaan.

Dagje Hamamatsu: Airpark

We waren toe aan een dagje rust, wat perfect uitkwam, aangezien we die dag maar één ding op de planning hadden: een bezoek aan het Hamamatsu Air Park. Dit gratis museum belicht de geschiedenis van de Japanse luchtvaart, met een indrukwekkende collectie oude en recente vliegtuigen tentoongesteld in een ruime loods, en de toegang is bovendien gratis. We hebben ons zeker een paar uur vermaakt in dit museum. Het is eigenlijk vreemd dat ik, ondanks mijn afschuw van vliegen, vliegtuigen toch heel fascinerend vind. Zolang ik er maar niet in hoef te zitten… Ik probeerde even niet te denken aan het feit dat we binnenkort naar Korea zouden moeten vliegen om ons visum te vernieuwen. Naast vliegtuigen waren er ook diverse andere interessante items te zien, zoals wapens, uniformen en allerlei andere voorwerpen gerelateerd aan de luchtmacht. Er stonden zelfs voorbeelden van ingeklapte en uitgeklapte schietstoelen met parachutes, met een gedetailleerde beschrijving die benadrukte dat een schietstoel altijd een laatste redmiddel is voor een soldaat, vanwege de enorme druk op de ruggengraat die kan resulteren in blijvende rugproblemen waardoor men mogelijk nooit meer kan vliegen. Hoewel beter dan de dood, is dit toch wel een wat wrange realiteit, nietwaar?

Toen we terugliepen richting de bosrand, merkten we pas hoe heet het buiten was: 27 graden en de zon brandde genadeloos op ons hoofd. Het leek ons dan ook een uitstekend idee om nog een ijsje te halen voordat we teruggingen naar het hotel om wat te ontspannen en te bloggen. Toon’s Ultieme Japanse Softijs Ranking begon al behoorlijk uitgebreid te worden, en nu konden we daar nog dit zoete aardappel mont-blanc softijsje aan toevoegen. Dit ijsje scoorde tot nu toe het hoogst op de lijst, met een 9. Over het ijsje dat ooit een 10 zal scoren, zal ik wellicht een aparte blogpost wijden – grapje natuurlijk, maar een uitgebreid verslag volgt zeker!

De rest van de dag hebben we gerust en eten gehaald bij Yoshinoya, een Japanse fastfoodketen gespecialiseerd in gyudon, een gerecht bestaande uit gebakken rundvlees op rijst. De volgende dag zouden we grotendeels naar Shizuoka fietsen, vanwaar we onze eerste glimp van de Mt. Fuji zouden moeten kunnen opvangen! We rolden vanuit Yoshinoya terug naar ons businesshotel, slechts zo’n 50 meter verderop, en sliepen als roosjes.

Hamamatsu naar Shizuoka

Vandaag stond er een leuke fietstocht op het programma! Er was namelijk een speciale fietsroute die ons helemaal naar Shizuoka zou moeten leiden, compleet met een echt fietspad! Dit fietspad langs de kust beloofde een verfrissende zeebries en geen stoplichten, dus we keken ernaar uit om te vertrekken. Dat dachten we althans. De Pacific Coast Cycling Route bleek echter een grote teleurstelling te zijn. We hebben er hooguit 500 meter van kunnen genieten voordat we geconfronteerd werden met een bord waarop stond dat het pad vanwege werkzaamheden was afgesloten. Er stond echter niet bij hoe lang het pad gesloten zou zijn, en we konden ons nauwelijks voorstellen dat de hele 100 kilometer van de route buiten gebruik zou zijn. Het resultaat was dat we steeds werden omgeleid door industrieterreinen, en elke keer als we probeerden terug te keren naar het fietspad, werden we gedwongen kilometers om te rijden door troosteloze industriële gebieden.

Na de eerste 30 kilometer hebben we mokkend wat lunch gehaald bij een Family Mart. Terwijl we in de winkel waren, raakten we aan de praat met twee andere fietsers uit Nieuw-Zeeland, die blijkbaar onze kant op fietsten vanuit Shizuoka. Deze twee kerels van onze leeftijd vertelden ons dat ze vanuit Tokyo gewoon richting Mt. Fuji waren gefietst, zonder kaart of Google Maps, gewoon door naar de berg te kijken en in die richting te fietsen. Ze gaven ook toe dat ze spijt hadden van het kopen van de goedkoopste fietsen die ze konden vinden, omdat ze soms halve dagen bezig waren met het repareren van het ene na het andere probleem. Met z’n vieren zaten we in kleermakerszit op de parkeerplaats van Family-Mart te lunchen, waar we wijsheden over fietsen uitwisselden. Ze vertelden ons dat er verderop allerlei kleine winkeltjes waren die aardbeien verkochten, want dat is tenslotte waar deze regio om bekend staat – niet om de Pacific Coast Cycling Road (zucht), maar om aardbeien! Nadat we uitgegeten waren en onze fietsen opnieuw hadden klaargemaakt voor vertrek, wensten we elkaar succes en veel plezier toe, waarna we beiden in tegengestelden richting vertrokken.

Met nieuwe motivatie, lees; aardbeien, reden we verder richting Shizuoka. De Pacific Coast Cycling Road gaven we maar even op, omdat we ook de hele dag tegen de windrichting in waren gefietst probeerden we nu maar de makkelijkste, maar helaas niet de mooiste, weg te fietsen. Het duurde niet erg lang voordat we inderdaad een klein boerderijtje passeerden met een groot bord dat las: “Aardbeien!” We stapten direct af en liepen naar binnen. Daar stonden in een witte tent allerlei dozen aardbeien, soms in stapels die hoger reikten dan mijn lengte. Bij elk type aardbeien stond een bordje met de naam van het soort aardbei, maar eerlijk gezegd hadden we geen idee wat het verschil nou was. We kozen een bakje van het soort aardbeien die we er het mooist uit vonden zien; ze zagen er perfect uit. Als je in een encyclopedie het woord ‘aardbei’ zou opzoeken, zou je gegarandeerd een van deze aardbeien voorgeschoteld krijgen. Omdat er verder in de omgeving geen bankjes waren of andere plekjes waar we konden zitten, besloten we een paar kilometer verder naar een convenience store te gaan om koffie te drinken en daar stiekem onze aardbeien op te eten. Heel de weg naar de convenience store hield ik het bakje aardbeien voorzichtig vast en probeerde ik het zakje niet te veel heen en weer te laten slingeren wanneer we door bochten gingen of over hobbels reden. Niet geheel onverwacht waren dit absoluut de lekkerste aardbeien die we ooit gegeten hebben. We hebben er goed van genoten en zijn vervolgens op aardbeien-energie heel wat kilometers doorgereden richting Shizuoka.

De rest van die dag fietsen was niet heel bijzonder; we hebben even geschuild voor de regen, goedkope sushi gegeten bij de lopende-band-sushi-keten Kappa Sushi, en zijn op zoek gegaan naar parken waar we konden slapen. Uiteindelijk vonden we een parkje in Yoshida, niet heel ver van Shizuoka, in een stille woonwijk. We hebben onze tent stilletjes achter het toiletgebouw opgezet.

Laatste stukje naar Shizuoka

De volgende ochtend waren we vroeg wakker; het was nog maar net licht en wij zaten al rechtop in de tent. Het was nog geen 6 uur, maar aangezien we midden in een woonwijk stonden, wilden we graag weg zijn voordat de vroege vogels hun honden zouden komen uitlaten in het park, of besloten een ochtendgymnastiekronde te doen met de lokale vereniging voor gepensioneerden. Die nacht zouden we slapen in een klein hotelletje in Shizuoka, maar omdat we pas 8 uur later, rond 2 uur, konden inchecken, zijn we eerst even gaan kijken bij Koyama Castle. Blijkbaar had dit kleine dorpje dus een kasteel! Ondanks dat het kasteelpark nog was afgesloten, hebben we even stiekem naar binnen gekeken; er was tenslotte nog niemand op straat te bekennen. Toon heeft zelfs nog even zijn drone kunnen laten vliegen.

Het laatste stukje fietsen naar Shizuoka was prachtig. We moesten even flink trappen om de berg op te komen, maar eenmaal boven hadden we het mooiste uitzicht over zee en de kustlijn richting Shizuoka (wat nog mooier was geweest als het helder genoeg was geweest om Mt. Fuji te kunnen zien, maar helaas, men kan niet alles hebben). De afdaling naar Shizuoka ging uiteraard snel. We hebben genoten van ons dagje pauze in Shizuoka; het is een leuke stad! Soms kun je wanneer het weer helder is, Mt. Fuji tussen de gebouwen door zien. Echt een gek idee dat de mensen die in Shizuoka wonen Mt. Fuji bijna dagelijks kunnen zien; voor hen is het misschien wel niet meer zo speciaal. Elke keer als wij de berg zagen, moesten we natuurlijk even wijzen, ‘o’ en ‘a’ zeggen, en foto’s maken. De komende dagen zullen we steeds dichter bij Mt. Fuji komen; allebei waren we daar super enthousiast over. We fietsen met een boog boven Mt. Fuji langs; je kunt er natuurlijk niet recht overheen fietsen. Wel zullen we eind augustus, voordat we naar huis vliegen, de berg te voet beklimmen.